DE DOELSTELLINGEN VAN MILIEUCHARTER OOST-VLAANDEREN

THEMA 1 THEMA 2 - THEMA 3 - THEMA 4 - THEMA 5 - THEMA 6 - THEMA 7 - THEMA 8 - THEMA 9 - THEMA 10 - THEMA 11 - THEMA 12
 
De doelstellingen van het Milieucharter Oost-Vlaanderen zijn :

THEMA 1 - HET VOEREN VAN EEN COHERENT MILIEUBELEID Het beleid van de onderneming en haar engagement ten aanzien van milieu vastleggen. Nieuwe ontwikkelingen die bijdragen tot de milieuvriendelijkheid van het product introduceren en informatie verstrekken omtrent de milieu-impact van de producten.

THEMA 2 - HET INTEGREREN VAN MILIEUZORG IN HET BEDRIJFSBELEID Milieuzorg integreren in de bedrijfsvoering De werknemers informeren, sensibiliseren, opleiden en betrekken bij de uitvoering van het milieubeleid.

THEMA 3 - HET RATIONEEL GEBRUIK VAN WATER EN DE BEPERKING VAN WATERVERONTREINIGING Een waterbalans opstellen en geregeld het waterverbruik kritisch evalueren. In het kader van een globaal rationeel waterverbruik verspillingen voorkomen, het verbruik per productie-eenheid beperken en inspanningen doen om het verbruik in de toekomst te reduceren. Proceswater en koelwater recycleren en de belasting van het afvalwater tot een minimum beperken. Een beleid voeren van rationeel verbruik van grondwatervoorraden en kwaliteitsvolle grondwaterlagen slechts aanspreken voor die activiteiten die hoge waterkwaliteiten vereisen. Waterverontreiniging naar de omgeving beperken. De vereiste metingen en analyses (laten) uitvoeren en op regelmatige tijdstippen de resultaten ervan kritisch evalueren.

THEMA 4 - HET VOORKOMEN EN BEPERKEN VAN LUCHTVERONTREINIGING Luchtverontreiniging en geurhinder naar de omgeving vermijden of beperken. De vereiste metingen en analyses (laten) uitvoeren en op regelmatige tijdstippen de resultaten ervan kritisch evalueren.

THEMA 5 - HET VERMIJDEN VAN NIEUWE EN INPERKEN VAN HISTORISCHE BODEMVERONTREINIGING Maatregelen nemen om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen en eventuele bestaande bodemverontreinigingen in te perken. De vereiste onderzoeken laten uitvoeren en op regelmatige tijdstippen de resultaten ervan kritisch evalueren.

THEMA 6 - HET BEPERKEN VAN HINDER DOOR LAWAAI EN TRILLINGEN Lawaaihinder en hinder door trillingen naar de omgeving beperken. De vereiste metingen en analyses (laten) uitvoeren en op regelmatige tijdstippen de resultaten ervan kritisch evalueren.

THEMA 7 - MILIEUVERANTWOORDE OPSLAG EN GEBRUIK VAN GEVAARLIJKE PRODUCTEN Gevaarlijke producten op een milieuverantwoorde wijze gebruiken en opslaan. De vereiste periodieke controles op opslagplaatsen van gevaarlijke producten laten uitvoeren. Een inventaris opmaken van de aanwezigheid van asbest en PCB en PCT-houdende toestellen en deze op reglementaire wijze laten verwijderen.

THEMA 8 - HET STIMULEREN VAN AFVALPREVENTIE EN -RECUPERATIE De productie van afval voorkomen of reduceren, de schadelijkheid van de afvalstoffen voorkomen of zoveel mogelijk beperken, de afvalstromen selectief inzamelen en nuttige toepassingen nastreven. Afvalstromen enkel laten ophalen en verwerken conform de geldende reglementering. De gegevens van het afvalregister en de afvalproductie op regelmatige tijdstippen kritisch evalueren.

THEMA 9 - HET BEPERKEN VAN VERPAKKINGSAFVAL Bij het verpakken van producten de hoeveelheid verpakkingsmateriaal beperken en tevens verpakkingsmaterialen gebruiken die herbruikbaar of recycleerbaar zijn of op een milieuvriendelijke manier kunnen worden verwerkt.

THEMA 10 - REKENING HOUDEN MET MILIEUASPECTEN BIJ INKOOP EN INVESTERINGEN Bij de inkoop van grondstoffen rekening houden met de invloed van de aangekochte goederen op het milieu. Indien mogelijk overschakelen op milieuvriendelijkere grondstoffen, onderhoudsproducten, materialen… . Bij de aankoop van nieuwe installaties en machines reeds in de ontwerpfase rekening houden met de mogelijke milieubelastende effecten van de installatie en hindervoorkomende of -beperkende maatregelen voorzien. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan preventie aan de bron boven “end-of-pipe” technieken.

THEMA 11 - HET RATIONEEL GEBRUIK VAN ENERGIE Het energieverbruik in het bedrijf reduceren door het voeren van een politiek van Rationeel Energie Gebruik (R.E.G.). Een energiebalans opstellen en op regelmatige tijdstippen het verbruik kritisch evalueren.

THEMA 12 - DE IMPACT OP DE OMGEVING BEPERKEN Noodprocedures voorzien om in geval van ongevallen de impact op de omgeving en leefmilieu te beperken. Met het oog op het streven naar een goede nabuurschap, een positieve relatie opbouwen met de omwonenden om hun belangen en bezorgdheden te begrijpen. De bedrijfsgebouwen en infrastructuur visueel integreren in het landschap en de omgeving. Natuur, buffergebieden en landschapswaarden op de niet-bebouwde bedrijfsoppervlakte behouden en/of versterken. Inspanningen leveren om de impact van het bedrijf op de verkeersdrukte te reduceren.

De toetredende bedrijven dienen deze twaalf milieudoelstellingen te onderschrijven. Bovendien dienen deze bedrijven te verklaren dat zij alle nodige vergunningen bezitten en aan de opgelegde normen voldoen.

 

THEMA 1 THEMA 2 - THEMA 3 - THEMA 4 - THEMA 5 - THEMA 6 - THEMA 7 - THEMA 8 - THEMA 9 - THEMA 10 - THEMA 11 - THEMA 12